LONGREAD GEMAAKT VOOR STUDIE ONDERZOEKSJOURNALISTIEK IN 2022/2023
De conclusie van het CBS rapport van januari 2023 had niet moeten luiden: ‘Toeslagenaffaire heeft kans op kinderbeschermingsmaatregel niet vergroot’, maar: ‘We hebben onvoldoende geluisterd en gezorgd voor onze kwetsbare gezinnen.’ En dat is verdrietig.
Onderzoek van het CBS van 30/1/2023 geeft aan dat er 2090 uithuisplaatsingen hebben plaatsgevonden. Ook zou het aantal uithuisplaatsingen onder gedupeerden percentueel nagenoeg gelijk zijn aan een vergelijkingsgroep van het CBS van 4100 mensen. Klopt het beeld dat er geschetst is dat er geen of nauwelijks verband is tussen door de toeslagen gedupeerd te zijn en uithuisplaatsingen?
Voor dit onderzoek heb ik de cijfers van CBS aan een nader onderzoek onderworpen, contact gehad met topstatisticus Richard Gill, gesproken met ouders waarvan hun kinderen zijn uithuisgeplaatst en online onderzoek gedaan.
Speelt herkomst een rol mbt het risico om uithuisgeplaatst te worden?
Volgens het CBS heeft vooral herkomst een duidelijke samenhang met de kans om gedupeerd te raken. Van personen die niet gedupeerd zijn geraakt door de toeslagenaffaire is 78 procent zelf in Nederland geboren en de beide ouders ook. Bij gedupeerden van de toeslagenaffaire is dit 29 procent. Het is ook bekend dat dit kenmerk een rol heeft gespeeld in de toeslagenaffaire. Vooral Surinaamse aanvragers en aanvragers uit de Nederlandse Cariben lijken sterk oververtegenwoordigd in de groep gedupeerden. Dit geldt, in iets mindere mate, ook voor aanvragers met een Turkse of Marokkaanse achtergrond.
Ook leeftijd bij geboorte eerste (juridische) kind hangt sterk samen met gedupeerdheid. Meer dan de helft van de gedupeerden was relatief jong (jonger dan 25 jaar) toen het eerste kind geboren werd. Bij niet-gedupeerden is dit 12 procent. Leeftijd bij geboorte van het eerste kind hangt ook vrij sterk samen met de kans op het opgelegd krijgen van kinderbeschermingsmaatregelen in het gezin (personen die relatief jong een kind gekregen hebben, hebben een hogere kans om in aanraking te komen met kinderbeschermingsmaatregelen). Ook aanvragers zonder partner (gehuwd of ongehuwd) zijn oververtegenwoordigd in de groep gedupeerden én in de groep personen die in aanraking komt met kinderbeschermingsmaatregelen.
Gedupeerden zijn vaker vrouw zijn, zijn relatief jong, wonen vaker in Zuid-Holland en in zeer stedelijke gebieden wonen. 70% van de gedupeerde ouders is alleenstaande moeder.
Leeftijd geboorte eerste kind speelt grote rol met opgelegd krijgen van kinderbeschermingsmaatregelen
Ook leeftijd bij geboorte eerste (juridische) kind hangt sterk samen met gedupeerdheid. Meer dan de helft van de gedupeerden was relatief jong (jonger dan 25 jaar) toen het eerste kind geboren werd. Bij niet-gedupeerden is dit 12 procent. Leeftijd bij geboorte van het eerste kind hangt ook vrij sterk samen met de kans op het opgelegd krijgen van kinderbeschermingsmaatregelen in het gezin (personen die relatief jong een kind gekregen hebben, hebben een hogere kans om in aanraking te komen met kinderbeschermingsmaatregelen). Ook aanvragers zonder partner (gehuwd of ongehuwd) zijn oververtegenwoordigd in de groep gedupeerden én in de groep personen die in aanraking komt met kinderbeschermingsmaatregelen.
Steken laten vallen?
„Dit nuanceert het beeld” dat er een „oorzakelijk verband” is tussen dupering en uithuisplaatsing, schrijft minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming, D66) in een brief aan de Tweede Kamer.
De minister haalt met deze redenering twee zaken door elkaar, zegt Ido Weijers, emeritus hoogleraar jeugdrechtspleging en jeugdbescherming. Er wordt volgens hem geen onderscheid gemaakt tussen minder ingrijpende maatregelen als ondertoezichtstelling en ingrijpende maatregelen als uithuisplaatsing. Weijers: „Deze verschuiving van focus op uithuisplaatsingen naar lichte bemoeienis van jeugdbescherming staat geen conclusies toe over de relatie tussen de Toeslagenaffaire en uithuisplaatsingen.” Hij hoopt dat in het aangekondigde vervolgonderzoek „echt inhoudelijk naar individuele dossiers wordt” gekeken. En dan „specifiek naar de uithuisplaatsingen”.
Heeft het CBS steken laten vallen? Niet helemaal, denkt universitair docent Joost Huijer, die is gepromoveerd op de rechtvaardiging van kinderbeschermingsmaatregelen. Het instituut ondervindt volgens hem nu de nadelige gevolgen van het feit dat „het aantal uithuisplaatsingen in de afgelopen tien tot twintig jaar niet of nauwelijks is geregistreerd”.
Inspecteur-generaal van Inspectie Justitie & Veiligheid Henk Korvinus zegt in een telefonisch gesprek dat ouders soms vrijwillig instemmen met een uithuisplaatsing. Korvinus: „We raadplegen dossiers om te kijken hoe de uithuisplaatsingen precies zijn gegaan.” De Inspectie wil bijvoorbeeld de mate van vrijwilligheid onderzoeken.
Kanttekeningen bij het onderzoek
Met deze cijfers is een actueler beeld beschikbaar van het aantal uithuisgeplaatste kinderen van gedupeerden door de toeslagenaffaire. Net als de eerder gepubliceerde tabellen kent deze actualisatie een aantal kanttekeningen:
- Omdat het CBS niet beschikt over gegevens van de daadwerkelijk opgelegde uithuisplaatsingen, is als benadering gekeken naar kinderen die zowel een jeugdbeschermingsmaatregel als een jeugdhulptraject met verblijf hebben (het kind woont dus niet thuis).
- Situaties waarin een kind uit huis is geplaatst zónder een formeel door de rechter uitgesproken jeugdbeschermingsmaatregel blijven buiten beeld. Het CBS heeft geen informatie over de omvang van deze groep.
- Waar het kind daadwerkelijk gaat wonen na de uithuisplaatsing is met de beschikbare gegevens niet in kaart te brengen.
- Het CBS heeft alleen databestanden over jeugdzorg vanaf 2015. De toeslagenaffaire beslaat een langere periode, maar pas met invoering van de nieuwe Jeugdwet in 2015 zijn jeugdzorgaanbieders verplicht om gegevens over de verleende jeugdhulp en jeugdbescherming bij het CBS aan te leveren.
- Bij publicatie van deze tabellen zijn de cijfers over jeugdzorg over het laatst beschikbare halfjaar nog voorlopig. Doorgaans liggen deze iets lager dan de definitieve cijfers, maar het beeld is vergelijkbaar (zie de recente publicatie over jeugdzorg voor meer informatie). De gebruikte cijfers over jeugdzorg over het eerste halfjaar van 2022 zijn de nader voorlopige cijfers. Deze zijn gepubliceerd op 30 november en vervangen de voorlopige cijfers (zoals die gepubliceerd zijn op 31 oktober) nadat uit nagekomen respons was gebleken dat lokaal de voorlopige cijfers over jeugdbescherming veel te laag waren. Ook de nagekomen respons over jeugdhulp en jeugdreclassering is meegenomen in de nader voorlopige cijfers (hoewel de effecten daarvan op de cijfers zeer beperkt zijn).
Verdere informatie over het onderzoek:
- Het in oktober 2022 ontvangen bestand van UHT is de basis van dit onderzoek. UHT heeft hiervoor eerst gekeken naar de gedupeerden die op dat moment bekend waren. Een persoon is geregistreerd als gedupeerde wanneer deze een formele beschikking van de Belastingdienst heeft ontvangen waarin meegedeeld wordt dat hij/zij gedupeerde is en/of een bedrag van 30 duizend euro heeft ontvangen als gevolg van de Catshuisregeling Kinderopvangtoeslag. Nog niet bij al deze personen heeft een integrale behandeling van het dossier plaatsgevonden om te achterhalen in welke mate men gedupeerd is.
- In dit bestand staan alle kinderen die door UHT gerelateerd worden aan (een gedupeerde ouder van) de toeslagenaffaire. Meer specifiek wordt gekeken naar erkende kinderen, kinderen voor wie kinderopvangtoeslag aangevraagd is en/of kinderen voor wie kindgebonden budget aangevraagd is door de gedupeerde ouder.
- Het CBS heeft geen onderzoek gedaan naar oorzaken van de uithuisplaatsing, omdat het niet beschikt over de dossiers die ten grondslag liggen aan beslissingen tot uithuisplaatsing.
- Per gemeente en jeugdregio wordt ook het totale aantal kinderen van gedupeerden getoond, die in de periode 2015-eind juni 2022 minderjarig waren. Kinderen die in deze periode nog niet geboren waren of ouder dan 18 jaar waren, zijn hierbij niet meegeteld omdat deze per definitie in die jaren niet uithuisgeplaatst konden worden.
- Om te voorkomen dat personen herkenbaar of herleidbaar zijn, worden in dit onderzoek uitkomsten afgerond op vijftallen en zijn vervolgens cijfers onder de 10 niet weergegeven. Hierdoor tellen cijfers niet altijd op tot het totale aantal uithuisgeplaatste kinderen.
- Het CBS benadrukt dat het nooit informatie verstrekt over individuele personen, of die herleidbaar is tot individuele personen.
Eindelijk een lichtpuntje in de voortslepende Toeslagenaffaire. Of toch niet?
Gezinnen die gedupeerd raakten door de Toeslagenaffaire hebben niet vaker te maken gehad met kinderbeschermingsmaatregelen dan vergelijkbare, niet-gedupeerde gezinnen. Dat was vorige week de conclusie van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), dat in opdracht van de Inspectie Justitie en Veiligheid hiernaar onderzoek heeft gedaan.
Dat is niet het hele verhaal. De vraag die specifieker beantwoord had moet worden, zeggen twee jeugdbeschermingsdeskundigen, is in hoeverre de Toeslagenaffaire een directe aanleiding is geweest voor de uithuisplaatsing van kinderen.
Eerder werd uit CBS-cijfers bekend dat zeker 1.675 kinderen uit gedupeerde gezinnen zijn weggehaald bij hun families. De vraag rees of een causaal verband bestaat tussen de Toeslagenaffaire en die uithuisplaatsingen. Die vraag beantwoordt het CBS-rapport niet. Een „grof gemis”, volgens deskundigen.
Het CBS werpt tegen dat in de 4.100 geanalyseerde dossiers van gedupeerde gezinnen slechts „enkele tientallen” uithuisplaatsingen voor kwamen. Zo’n klein aantal zegt „statistisch [gezien] te weinig”. Het CBS bekeek alle kinderbeschermingsmaatregelen, zoals ondertoezichtstellingen.
Uit het onderzoek bleek dat Toeslagengezinnen en vergelijkbare niet-gedupeerde gezinnen even vaak met jeugdbescherming in aanraking komen: ongeveer 4 procent. De gezinnen zijn vergelijkbaar als wordt gekeken naar dertig kenmerken, onder andere gezinssamenstelling, sociaal-economische omstandigheden (laagste inkomensgroep, schuldenproblematiek), etniciteit en de leeftijd bij de geboorte van het eerste kind.
KINDERRECHTER BART TROMP VINDT CONCLUSIES ONDERZOEK VOORBARIG EN DRINGT AAN OP ONAFHANKELIJK ONDERZOEK
Toen dit ‘onderzoek’ in november 2021 werd aangekondigd door toenmalig minister Dekker (Rechtsbescherming), hadden wij al bij voorbaat voorspeld dat de rapportage door deze instantie tot precies deze conclusie zou leiden. Dat lag al zon beetje besloten in de onderzoeksvraag die Dekker meegaf. (1)
‘En inderdaad blijkt dat de getroffen gezinnen vóór de toeslagenaffaire toch al kwetsbaar waren en dat de toeslagenaffaire dus niks heeft uitgemaakt.’
Overigens was de kans van de gedupeerde groep toeslagenouders op een kinderbeschermingsmaatregel ruim vier keer groter dan voor ouders uit de algemene Nederlandse bevolking. Dat de toeslagenaffaire uiteindelijk toch niet van invloed zou zijn geweest, ruikt naar een vergoelijking, waar we voorzichtig mee moeten zijn, want er werd geen onderscheid gemaakt naar de mate waarin gezinnen getroffen waren door de toeslagenaffaire (50 of 50.000 euro terugvordering?), of de opeenstapeling van risico’s invloed had, en de aard van kinderbeschermingsmaatregelen (was er sprake van uithuisplaatsing?). Daarnaast geven droge data niet de gehele werkelijkheid achter de cijfers weer. Ook kinderrechter Bart Tromp vindt om deze en andere redenen de conclusie van het CBS voorbarig en heeft kritiek op de methode van het onderzoek en het gebrek aan onafhankelijkheid van de opdrachtgever (het Ministerie van Justitie en Veiligheid). (
Hoe moeten we naar het bericht van het CBS kijken?
Kwetsbare gezinnen
Allereerst zien we in het rapport dat er een vergelijking is gemaakt tussen twee groepen die beide in feite ook tot dezelfde groep zeer kwetsbare gezinnen behoren. Voor wat betreft de vergelijkingscriteria waarop het CBS getoetst heeft, geeft het CBS een enorme waslijst aan problemen: een verdachte in het gezin, GGZ-problematiek, lage opleiding, drie of meer kinderen, op jonge leeftijd kinderen krijgen, eenoudergezin enzovoorts. Ook behoren deze gezinnen tot de laagste inkomenscategorie en konden ze hun zorgverzekering niet altijd betalen.
Kortom, het zijn dus gezinnen waar we ons zorgen om zouden moeten maken en die we preventief zouden moeten beschermen. Het tegendeel blijkt te zijn gebeurd: ze zijn gedupeerd door de toeslagenaffaire en hun kinderen zijn vaak met de politie uit huis gehaald, in goed Engels ‘a double whammy’ (dubbele klap). Dat ze in een vergelijk met niet-gedupeerden evenveel kans hadden op een kinderbeschermingsmaatregel zegt niets, hooguit dat ze niet de hulp kregen die ze nodig hadden toen ze de navorderingen op hun mat kregen. En dat is al kwalijk genoeg.
Onvoldoende beschermd
Het tekent ons systeem: de meest kwetsbaren worden onvoldoende beschermd en we beschermen vaker de minst kwetsbare, zoals grote bedrijven die bij de Belastingdienst met bekritiseerde ‘rulings’ (onderlinge afspraken) wegkomen. Zo niet de kwetsbare gezinnen, voor hen geen ‘rulings’. Dat komt doordat de Belastingdienst en de Jeugdbescherming systemen zijn die doen wat ze moeten doen. De Engelse cyberneticus Stafford Beers gaf in 1972 al aan dat je dat systemen niet kan verwijten; ze doen wat ze moeten doen. Maar, zei Beers, om met een complexe omgeving om te kunnen gaan, moeten systemen beschikken over voldoende interne flexibiliteit (variabiliteit). En daar schort het aan: in onze systemen werken de Belastingdienst, jeugdbescherming en veel gemeenten onvoldoende samen en zijn soms weinig flexibel. (
We zouden systemen anders kunnen inrichten. De Zorgethiek (Ethics of Care) van Tronto (1993) geeft ons aanwijzingen hoe we onze systemen anders kunnen inrichten. Ethics of Care gaat over persoonlijke, sociale, morele en politieke verantwoordelijkheid voor elkaar, omdat we van elkaar afhankelijk zijn.
Systeemwerkelijkheid
Overigens is precies dat systeemdenken het probleem. Het systeem zet het effectief en efficiënt werken van het systeem vaak voorop. De toetsing of iets klopt, wordt dan de toetsing of het systeem doet wat het systeem zichzelf vooraf als doel gesteld heeft: een systeemwerkelijkheid. En precies dat is eigenlijk ook aan de hand met dit CBS-rapport: als je op (dezelfde) toetsingscriteria toetst waarmee de meest kwetsbare gezinnen boven komen drijven, is het nogal wiedes dat er qua uitkomst geen enkel verschil zit met de groep die het hardst getroffen is.
De conclusie van het CBS-rapport is dus een papieren waarheid als een koe als je niet ingaat op de vraag hoe het komt dat deze gezinnen over het randje zijn geduwd.
Die vraag zien we empirisch beantwoord in de praktijk: gezinnen die onterecht gecriminaliseerd worden als fraudeur en opgejaagd worden door de Invordering, om tienduizenden euro’s terug te betalen, terwijl deze kwetsbare gezinnen juist met hulp van de kinderopvangtoeslag nét rondkwamen. Het was voor veel gezinnen de druppel die hen naar de afgrond dreef. Want vergeet niet: je hebt het over gezinnen, veelal éénoudergezinnen, maar niet uitsluitend, die juist een beroep moesten doen op een toeslag.
Kinderopvang was voor hen broodnodig omdat zij daarnaast voltijds moeten werken.
Zorgethiek
Zorgethiek gaat over naar elkaar luisteren zonder meteen oordelen te vellen. Dat doet de enveloppe van de Belastingdienst al helemaal niet, maar ook uit recente onderzoeken naar uithuisplaatsingen bij de Kinderbescherming blijkt dat er niet geluisterd wordt en meningen vaak als feiten worden voorgesteld (liegen).
Ook blijkt uit het recente WODC-rapport van hoogleraar Jeugdrecht Mariëlle Bruning en anderen dat ook de kinderen zelf aangeven dat ze vinden dat er bij ingrijpende maatregelen als uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen (veel) té weinig naar hen geluisterd wordt. Het rapport concludeerde dat het preventiebeleid – de hele insteek van de Jeugdwet 2015 – faalt. En dat bevestigt dit CBS-rapport in feite ook.
Zorgethiek gaat ook over het nemen van verantwoordelijkheid. Ook daar faalt onze overheid in tal van dossiers: van gaswinningsproblematiek in Groningen tot de stikstofcrisis en de toeslagenaffaire. Wat je volgens de zorgethiek ten minste zou mogen verwachten, is bekwaamheid en een responsieve overheid. Als diezelfde uitgeklede overheid niet bekwaam is, doordat ze zich te veel achter anderen verschuilt en wanneer ze niet of te laat op de noden van haar burgers reageert (gasprijzen), toont ze geen respect voor en solidariteit met de kwetsbare burger en verliest ze haar gezag. Als een kind niet beter af is door het ingrijpen van de overheid, dan is diezelfde overheid niet gelegitimeerd in te breken op fundamentele rechten en vrijheden, zoals gegarandeerd in mensenrechtenverdragen. Vooropgesteld artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat het gezinsleven en het recht om achter je eigen voordeur je eigen gezinsleven te mogen leven garandeert. En dan hebben we het nog niet eens over de The EU Strategy on the Rights of the Child, waarin onder andere het recht onderwijs, goede gezondheidszorg en een leven zonder armoede van ieder Nederlands kind gegarandeerd wordt. Het kind mag ook niet tegen zijn of haar wil in gescheiden worden van de biologische ouders.
En tot slot komen we weer terug bij de flexibiliteit. Meerdere gezichtspunten meenemen in je systeem zoals Stafford Beers in 1972 al benoemde. Maar onze systemen zijn vaak ‘alles of niets’ (nulsomspel). Dat is een belangrijke tekortkoming en een niet in overeenstemming met de sociale werkelijkheid die voor kwetsbare gezinnen al ingewikkeld genoeg is.
De conclusie van het CBS rapport had niet moeten luiden: ‘Toeslagenaffaire heeft kans op kinderbeschermingsmaatregel niet vergroot’, maar: ‘We hebben onvoldoende geluisterd en gezorgd voor onze kwetsbare gezinnen.’ En dat is verdrietig.
- Zie “Onderzoek naar uithuisplaatsing kinderen van de toeslagenaffaire dreigt fouten vakkundig toe te dekken” in Trouw van 30 november 2021 https://www.trouw.nl/opinie/onderzoek-naar-uithuisplaatsing-kinderen-van-de-toeslagenaffaire-dreigt-fouten-vakkundig-toe-te-dekken~b197eb67/
- Bron: https://www.binnenlandsbestuur.nl/sociaal/de-conclusie-van-het-cbs-over-de-toeslagenaffaire-voorbarig
- Bron: https://www.researchgate.net/publication/228138437_Goals_Gone_Wild_The_Systematic_Side_Effects_of_Over-Prescribing_Goal_Setting
- Bron: https://repository.wodc.nl/handle/20.500.12832/3194
- Bron: https://www.igj.nl/publicaties/rapporten/2022/06/27/feitenonderzoek-voorafgaand-aan-uithuisplaatsingen-van-kinderen
- Zie het WODC-rapport Eindevaluatie wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen: https://repository.wodc.nl/bitstream/handle/20.500.12832/3194/3169-eindevaluatie-wet-herziening-kinderbeschermingsmaatregelen-volledige-tekst.pdf?sequence=1&isAllowed=y
De Inspectie concludeert daarnaast dat specifieke groepen gezinnen door de toeslagenaffaire gedupeerd zijn geraakt. Deze conclusie is in lijn met de eerder gedeelde inzichten van het CBS.24 Gedupeerde aanvragers van de kinderopvangtoeslag waren meestal vrouwen, vaak jonger dan 25 jaar bij de geboorte van hun eerste kind. De grote meerderheid van de gedupeerden heeft een ander land dan Nederland als herkomstland. Andere opvallende kenmerken zijn dat vaker sprake is van eenoudergezinnen, met een laag of middelbaar opleidingsniveau, lagere inkomens en al voor dupering bestaande financiële problemen. De kans om door de kinderopvangtoeslagaffaire gedupeerd te raken werd het meest vergroot door het herkomstland van de aanvrager: aanvragers van kinderopvangtoeslag met een niet-Nederlandse herkomst hadden – afhankelijk van het specifieke land van herkomst – tot bijna negen keer meer kans om gedupeerd te raken dan aanvragers met Nederland als herkomstland.
Onderzoekscommissie – Franc Weerwind stelt op verzoek van de Kamer een onafhankelijke onderzoekscommissie in.
Hiervoor is de volgende concept-opdrachtformulering opgesteld: «De commissie heeft tot taak het verband tussen de toeslagenaffaire en uithuisplaatsingen te onderzoeken (2004 tot heden). De commissie richt daarbij haar aandacht in ieder geval op:
– inzicht in de opeenvolging en samenhang van factoren die speelden bij gedupeerde gezinnen die te maken kregen met een uithuisplaating.
– de impact van de samenloop tussen de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsing op het leven van direct betrokkenen, en in het bijzonder de mate waarin het contact tussen ouders en kinderen is beïnvloed. – de rol van de overheid en overige betrokken instanties.
– hoe hiervan geleerd kan worden voor de toekomst (voorkomen van herhaling). – generieke aanvullende aanbevelingen voor erkenningsmaatregelen en hoe deze uit te voeren.
De commissie wordt verzocht om de rapportages van het Ondersteuningsteam en uitkomsten van het inspectieonderzoek te betrekken. De commissie wordt ter overweging meegegeven een meldpunt in te stellen waar ouders en kinderen hun verhaal kunnen doen en input kunnen meegeven». Ik ben verheugd dat ik kenbaar kan maken dat mevrouw drs. Mariëtte Hamer bereid is gevonden de commissie als voorzitter te leiden.
Benito uit Oost-Groningen (21) strijdt voor de kinderen in de jeugdzorg. ‘Stop met behandelen, ga liefdevol opvoeden’
Benito Walker (21) strijdt voor de kinderen in de jeugdzorg. Er wordt veel te weinig naar ze geluisterd, zegt hij. Zoals er ook niet naar hem werd geluisterd toen hij opgroeide in een pleeggezin in Oost-Groningen. ,,We hebben te weinig vertrouwen in kinderen.”
Benito Walker Foto: Corné Sparidaens
Maaike Borst • 25 maart 2023, 19:00 •
Het was niet zijn schuld dat hij uit huis werd geplaatst. Benito Walker was twee jaar oud, zijn moeder was verslaafd en kon niet voor hem zorgen. Hij was gewoon een peuter die liefde en aandacht nodig had.
Toch lag in het pleeggezin waarin hij terecht kwam de schuld altijd bij hem. ,,Ik ben benaderd als probleemgeval, niet als een persoon. Ik kreeg labels opgeplakt: ‘onveilig gehecht’, ‘autisme’. Ik werd behandeld, gediagnosticeerd. Ik werd niet gezien. Alles wat ik deed was negatief, nooit was het goed genoeg.”
In de tuchtzaak die Walker later aanspande tegen zijn pleegmoeder oordeelde het college van toezicht van het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) dat zijn belangrijkste klacht gegrond is: hij is geestelijk mishandeld en verwaarloosd op de plek waar hij juist beschermd had moeten worden.
,,Dan voel je je heel eenzaam als kind.”
Jeugdzorg Nederland
Walker is niet de enige. Talloze onderzoeken en rapporten tonen aan dat de jeugdzorg in Nederland al decennia tekortschiet. Of erger: dat kinderen meer beschadigd uit de jeugdzorg komen dan ze erin gaan.
Het moet anders. Voor Benito Walker (21) is zijn jeugd zijn drijfveer geworden: de jeugdzorg in dit land moet drastisch veranderen en hij zal doen wat hij kan om daarmee te helpen. Als bestuurslid van de Nationale Jeugdraad praatte hij het afgelopen jaar mee in de Hervormingsagenda Jeugd die de jeugdhulp moet verbeteren. Sinds kort is hij ook lid van de commissie Hamer die de uithuisplaatsingen onderzoekt van kinderen van ouders die slachtoffer zijn in de toeslagenaffaire.
Benito Walker Foto: Corné Sparidaens
Jongeren een stem geven, daar draait het voor hem om. Vooral in de jeugdzorg, maar ook in de rest van de maatschappij. Walker is persoonlijk adviseur van de voorzitter van de landelijke cliëntenraad, voorzitter van Bureau Burgerberaad, lid van D66 en mede-oprichter van Youth for Climate NL. En, o ja, als hij tijd over heeft studeert hij bestuurskunde in Leiden.
,,Ik ben dol op politiek. Ik hou van de discussie, nadenken over waar het heen moet met de samenleving. Op school in Veendam deed ik ook altijd mee aan debatclubjes, ging de discussie aan met leraren. School was fijn. Da t ik op school heel anders was dan thuis, werd door mijn pleegouders gezien als abnormaal gedrag. Het werd me kwalijk genomen. Ik heb altijd gedacht: ik ben anders. Ik ben gek.”
Het is een grote stap: een tuchtzaak starten tegen je eigen pleegmoeder
,,Volgens haar doe ik het uit wraakzucht. Omdat ik hechtingsproblematiek zou hebben is het logisch voor mij om een trap na te geven aan mijn pleegouders. Maar ik ben geen wraakzuchtig persoon. Maar er zitten nog zes kinderen in dat gezin en ik vind het niet verantwoord om die daar te laten opgroeien. Daarom ben ik die zaak begonnen.”
Zijn pleegouders hebben sinds hij zestien was een gezinshuis, waarin zes kinderen zijn opgevangen. Voorwaarde voor zo’n gezinshuis is dat een van de ouders als jeugdzorgprofessional staat ingeschreven bij de SKJ. Het college van toezicht van de SKJ bepaalde in de uitspraak in de tuchtzaak van Walker dat zijn pleegmoeder uit het register geschrapt moet worden en nooit meer ingeschreven mag worden.
,,Het is volgens mij nooit eerder gebeurd dat een kind zelf een tuchtzaak aanspant en wint. Laat staan dat er zo’n zware maatregel wordt opgelegd. Ik vind het belangrijk dat andere jongeren weten dat je dit kunt doen.”
Hoe was die uitspraak voor jou?
,,Ik ben niet zo’n heel emotionele jongen, maar alles kwam eruit. Wat ik heb meegemaakt, wat ik heb gevoeld, hoe ik mentaal vertrapt ben door het systeem, dat werd erkend. Heel fijn. Maar het was geen overwinning. Het betekent ook dat voor die kinderen een andere plek gezocht moet worden. Dat neem ik niet licht op.”
Zijn pleegmoeder is in beroep gegaan, de uitspraak daarvan is waarschijnlijk in april. Tot die tijd blijven de kinderen in ieder geval in het gezin.
Benito Walker Foto: Corné Sparidaens
CONCLUSIES
- Het aantal uithuisgeplaatste kinderen is hoger dan in de CBS-cijfers is meegenomen. Momenteel hebben ruim 61.000 ouders zijn aangemeld als gedupeerde, waarvan nog slechts 29.000 een erkenning hebben gekregen. Het lukt de Belastingdienst niet om deze ouders de erkenning te geven omdat de instroom te groot is om te kunnen managen. De aanvragen worden standaard afgewezen en kennen nu al een wachttijd van 2 tot 3 jaar omdat de ingebrekestellingen die via de Rechtbank verlopen, voorrang hebben. In deze groep heb ik een aantal moeders gesproken met uithuisgeplaatste kinderen.
- In de cijfers is de periode 2005 tot 2015 niet betrokken. De cijfers van 2015 t/m 2022 gaan uit van een gemiddelde instroom van uithuisgeplaatste kinderen van 175 kinderen. Het is gezien de consistentie van de instroom statistisch aannemelijk dat in de periode 2005 tot 2015 rond 1750 extra kinderen uit huis zijn geplaatst.
ACTUELE CIJFERS
Binnenkort zullen nieuwe CBS cijfers beschikbaar zijn. Franc Weerwind heeft verzocht om een halfjaarlijkse analyse t/m 2024.
Op dit moment zijn er 29.000 ouders erkend, 7000 meer dan bij de rapportage van 22/11/2022, met erratum 30/1/2023.
ARTIKEL VOLKSKRANT 27 maart 2023 over het speciaal opgerichte Ondersteuningsteam
- ‘Pas 300 toeslagenouders krijgen hulp bij contactherstel met hun uit huis geplaatste kinderen’.
- Pas 11 kinderen zijn door de bemiddeling naar huis teruggekeerd.
- Vijf nieuwe uithuisplaatsingen zijn dankzij het team voorkomen.
- De overheid is er niet in geslaagd een zo compleet mogelijke lijst ter beschikking te stellen van wie de afgelopen 15 jaar kinderen uit huis zijn geplaatst.
- Deze lijst zal er op zijn vroegst na de zomer zijn en er is een speciale wet nodig ivm de privacy gevoeligheid.
HAMVRAAG IS NIET BEANTWOORD
Wat is de precieze samenhang tussen gedupeerd zijn door de toeslagenaffaire en de uithuisplaatsingen, is nog steeds niet volledig beantwoord.
Een verdiepend vervolgonderzoek door de Inspectie Justitie en Veiligheid, met onder meer interviews met betrokken ouders, moet meer duidelijkheid brengen.
Uit het rapport dat in september 2022 is er een datakoppeling tot stand gebracht waarbij 28.000 erkend gedupeerde toeslagenouders van kinderen die tussen 2008 en 2022 onderzocht. Hiermee beschikte de inspectie toen al over een lijst met 2800 ouders met gegevens van ouders en kinderen. Vanwege de speciale bevoegdheden van de Inspectie kunnen zij hierover beschikken.
Volgens Minister Weerwind heeft alleen de Inspectie een dergelijke bevoegdheid.
ZIJN ER MEER UITHUISPLAATSINGEN ONDER GEDUPEERDE OUDERS?
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zegt op 17 januari 2022 onderzoek te doen hiernaar.
Inspecties onderzoeken hoe jeugdbescherming omging met gedupeerde gezinnen toeslagenaffaire
Nieuwsbericht | 17-01-2022 | 16:15
De Inspectie Justitie en Veiligheid onderzoekt, in samenwerking met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, of het falen van de overheid in de toeslagenaffaire doorwerkte in de jeugdbescherming. Zij gaan na of de jeugdbescherming anders is omgegaan met gezinnen die zijn gedupeerd door de toeslagenaffaire dan met andere gezinnen. De inspecties hebben vandaag hun onderzoeksprogramma gepubliceerd.
De toeslagenaffaire heeft systeemfouten blootgelegd in wetgeving, uitvoering en rechtspraak. Grote groepen ouders werden onterecht verdacht van fraude met kinderopvangtoeslag en moesten veel geld terugbetalen aan de belastingdienst. Overheid en rechtspraak beschermden hen hier niet tegen. De grondbeginselen van de rechtstaat zijn hierdoor geschonden, het vertrouwen in de overheid is geschaad.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) becijferde dat tussen 2015 en 2019 van deze gedupeerde gezinnen 1.115 kinderen uit huis zijn geplaatst. De inspecties kijken naar het systeem van jeugdbescherming door te onderzoeken of gedupeerde ouders als groep vaker met kinderbeschermingsmaatregelen te maken kregen dan andere ouders. Zij zijn in overleg met het CBS om daarvoor extra gegevens te krijgen.
Vervolgens willen de inspecties duidelijk krijgen waarom gedupeerde gezinnen – al dan niet onevenredig vaak – te maken kregen met de jeugdbescherming. De inspecties gaan na of dit redelijkerwijs voorkomen had kunnen worden. Zij kijken bijvoorbeeld welke factoren een rol speelden bij het opleggen van een kinderbeschermingsmaatregel bij gedupeerde gezinnen. Ze onderzoeken of die factoren voor gedupeerde gezinnen dezelfde waren als voor niet-gedupeerde gezinnen. Waren er mechanismen die maakten dat juist zij benadeeld werden? Om dat te achterhalen spreken de inspecties onder anderen met betrokkenen zoals gedupeerde ouders en jeugdbeschermers en analyseren zij dossiers.
Voor beide deelonderzoeken worden aparte zogeheten plannen van aanpak gemaakt waarin staat hoe deze deelonderzoeken worden uitgevoerd. Bij gedupeerden, externe organisaties en deskundigen wordt advies gevraagd over onderzoeksvragen.
De Inspectie Justitie en Veiligheid heeft het voortouw in het gehele onderzoek. De plannen van aanpak komen op haar website te staan. Lopende het onderzoek zal de voortgang ervan op deze website te volgen zijn. Beide deelonderzoeken zijn naar verwachting eind van het jaar afgerond. Daarna wordt het rapport gepubliceerd op de website van de Inspectie Justitie en Veiligheid.
In het onderzoek wordt niet beoordeeld of een individueel opgelegde kinderbeschermingsmaatregel gerechtvaardigd was of dat uit huis geplaatste kinderen weer thuis kunnen wonen. Dit onderzoek wordt door andere instanties gedaan.
Het inspectieonderzoek oordeelt evenmin over het handelen van professionals in de jeugdbescherming in individuele gevallen.
De inspecties hebben al langer zorgen over de jeugdbescherming. Daarom loopt er een onderzoek naar de veiligheid van kinderen op de wachtlijst bij de Raad voor de Kinderbescherming. Daarnaast start de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, in samenwerking met de Inspectie Justitie en Veiligheid, toezicht naar de kwaliteit van het feitenonderzoek bij uithuisplaatsingen in de jeugdbeschermingsketen.
Beeld: ©Inspectie JenV
Feitenonderzoek voorafgaand aan uithuisplaatsingen van kinderen
Feitenonderzoek dat wordt gedaan voorafgaand aan een gedwongen uithuisplaatsing van een kind is niet altijd en niet op alle onderdelen zorgvuldig genoeg. Professionals in de jeugdbescherming geven niet genoeg mondelinge en schriftelijke onderbouwing waarom een uithuisplaatsing nodig is. Wel is duidelijk dat er altijd sprake is van een combinatie van problemen. Ook worden beslissingen om een uithuisplaatsing aan te vragen door meerdere deskundigen samen genomen. Het zijn zeer bevlogen professionals die zich naar hun beste vermogen inzetten voor een gezonde en veilige ontwikkeling van kinderen. Maar zij lopen op tegen grenzen in het ingewikkelde systeem van de jeugdbescherming.
Dat schrijft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd in dit rapport.
De+kwaliteit+van+onderzoek+voorafgaand+aan+uithuisplaatsingen.pdf
TOESLAGOUDERS IN HET HART GETROFFEN
Door de hoge terugvorderingen, de onredelijke en onrechtmatige focus op herkomst, het racisme element en de focus op fraudejacht, zijn de gedupeerde ouders daarnaast ernstig geraakt door de gevolgen van deze hetze.
Zij kregen alleen al financieel zoveel zorgen. Die waren onoplosbaar. Dit had enorm veel gevolgen voor de gezinnen. Kinderen konden geen passend onderwijs genieten. Er was niet voldoende te eten. Vaak problemen met basisbehoeften zoals water, warmte en kleding.
In plaats van deze ouders te helpen, te onderzoeken wat er aan de hand was, raakten ouders hun kinderen kwijt. Soms door een simpele melding van Veilig Thuis van een buurvrouw.
