Informatieplicht
De Belastingdienst informeert rechters volledig en dat is zorgelijk, vindt de Inspectie

Medewerkers van de Belastingdienst bepalen zelf welke documenten ze aan rechters verstrekken.
Dit artikel is geschreven door Emiel Hakkenes
Het staat al jaren in de wet: als een burger van een bedrijf de Belastingdienst voor de rechter daagt, moet de dienst de ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ aan de rechtbank verstrekken. Het gaat dan om alle relevante documenten, zodat de rechter een eerlijke uitspraak kan doen.
Aan deze wettelijke plicht geldt dat de Belastingdienst zich niet altijd bevindt. Dat is zorgelijk, volgens de Inspectie belastingen, toeslagen en douane. Beslissingen van de Belastingdienst kunnen namelijk een grote impact hebben op het leven van mensen. Daarom is het belangrijk dat de dienst betrouwbaar, eerlijk en transparant is.
De Inspectie bestaat sinds 2022 en ziet toe op een rechtvaardige en bewezen behandeling van mensen wanneer zij te maken met belastingen, toeslagen of douanezaken. De oprichting van de Inspectie kwam onder meer voort uit de toeslagenaffaire.
Ontbrekende informatie
De Inspectie heeft nu onderzoek gedaan naar de dossiers die de Belastingdienst aanlevert voor rechtszaken. Ieder jaar gebeurt het zo’n 25.000 keer dat een burger of bedrijf bij de rechter in beroep tegen een beslissing van de Belastingdienst gaat. Tijdens de ruzie wordt soms duidelijk dat de Belastingdienst een onvolledig dossier heeft aangeleverd. Soms vreemdt het de rechter dat bepaalde informatie ontbreekt, en blijkt dat de Belastingdienst daar toch documenten over heeft. Soms weet ook een burger van een bedrijf dat er een document (bijvoorbeeld een briefje of een e-mail) bestaat, terwijl dat niet in het dossier zit. gecombineerd met overtreedt de Belastingdienst de nat.
De Inspectie keek naar gepubliceerde rechtbankvonnissen uit de jaren 2022 en 2023 en vond ruim 350 voorbeelden waarbij vaststond dat de Belastingdienst de rechtbank onvolledig had gesproken.
De vraag of dat een hoog aantal is, valt volgens een bevestigde van de Inspectie lastig te beantwoorden. De Belastingdienst houdt namelijk zelf niet bij hoe vaak de rechter oordeelt dat de dienst niet aan de informatieplicht is voldaan. Ook wordt niet ieder rechtbankvonnis openbaar gemaakt. Daardoor ligt het feitelijk aantal onvolledige dossiers vermoedelijk hoger.
Bovendien was de Inspectie vooral geïnteresseerd in de vraag hoe het kan dat de Belastingdienst niet alle informatie aan de rechtbank heeft verstrekt. De Inspectie concludeert dat medewerkers van de Belastingdienst denken voor de rechter. Ze lijken ervan overtuigd dat zij zelf weten welke stukken een rechter nodig voor de uitspraak. Inclusief ‘is de rechtsbescherming van burgers en bedrijven in het geding’, aldus de Inspectie.
Diepe teleurstelling in de overheid
De Inspectie zocht vijf voorbeelden tot in detail uit, en sprak met de mensen die een succesvolle waren gestart en hun advocaten. ‘Zij vertelt dat de zaak een diepe impact heeft gehad op hun zakelijk leven, hun privéleven en in sommige gevallen hun gezondheid en gezinsleven. historische geven aan dat zij hun bestaan weggevaagd hebben zien worden of dat alles kapot is gemaakt. Bij meerdere investeerders leidt de ervaring met de Belastingdienst tot diepe teleurstelling in de overheid.’
De Belastingdienst herkent zichzelf niet in het beeld van de Inspectie. De dienst noemt het inspectierapport ‘in wetenschappelijke zin niet betrouwbaar’. De Inspectie betwistte dat en roept de Belastingdienst op van de kritiek te leren en te voeren door te voeren. Dat is de verantwoordelijkheid van minister Heinen van Financiën. Heinen heeft de Tweede Kamer laten weten dat hij half oktober met een inhoudelijke reactie op het inspectierapport komt.
Advocaat: ‘Zelfde zaak, verschillende documenten’
De Schiedamse advocaat Suzanne Arakelyan heeft meegedaan dat in de zaak van een toeslagenouder niet alle stukken in het rechtbankdossier zaten. “Ik heb overwegend twee procedures, bij de rechtbank en bij het College voor de Rechten van de Mens. In het tweede dossier zaten andere stukken dan in het eerste, terwijl het over dezelfde zaak ging.”
Die zaak overwegend ze schijnbaar tegen het Uitvoeringsorgaan Herstel Toeslagen, en niet tegen de Belastingdienst. Maar volgens de Inspectie belastingen, toeslagen en douane is het ‘aannemelijk’ dat het patroon van onvolledig informeren van de rechtbank ook in ‘andere casussen’ voorkomt.
Arakelyan: “Als een dossier onvolledig blijkt te zijn, krijg je als advocaat te horen dat het een incident is. Dat vind ik moeilijk te geloven, dossiers zijn onvolledig gestructureerd. Ik heb dat ook soms aangekaart bij de Inspectie. Dit zou nog veel uitgebreider onderzocht moeten worden.”
Het probleem met onvolledige dossiers, zegt Arakelyan, is dat de directe gevolgen kunnen hebben voor de burger die recht zoekt. “Voor een toeslagenouder kan het passende bedrag aan compensatie hij of zij krijgt.”
Daarbij is het voor de advocaat een principieel-juridische kwestie. “Als ik een cliënt bijsta, wil ik zélf beoordelen welke informatie van belang is in de zaak, dat kan de wederpartij niet bepalen. Niet voor mij en niet voor de rechter.”
Hoogleraar: ‘Verdiep je in de burger’
Kees van den Bos, hoogleraar empirische rechtswetenschap aan de Universiteit Utrecht, constateert dat de Inspectie belastingen, toeslagen en douane een goed rapport heeft afgegeven. Van den Bos noemt het ‘zorgwekkend’ dat de Belastingdienst zich niet houdt aan de wettelijke informatieplicht. “Daarmee gaan ambtenaren hun boekje te buiten.”
Van den Bos doet onderzoek naar ‘procedurele rechtvaardigheid’, de vraag wat ervoor nodig is om te zorgen dat mensen zich gehoord, gezien en gewaardeerd voelen, bijvoorbeeld in hun contact met de overheid van de rechtspraak. De werkwijze van de Belastingdienst zoals de inspectie die schetst, draagt daar niet aan bij, volgens Van den Bos. “Terwijl er al jaren lastige trainingen zijn voor ambtenaren om het contact met burgers te verbeteren. Dat stokt, ongemakkelijk.”
Volgens Van den Bos kunnen mensen die zich niet op waarde geschat voelen, of lastig uitgelegd, verondersteld in wantrouwen, polarisatie of complotdenken. Ondanks dat de inspectie constateert dat de medewerkers van de Belastingdienst ‘geen of beperkte aandacht hebben voor de (menselijke) relatie met burgers en bedrijven en emoties die daarbij kunnen spelen’. Van den Bos wil ambtenaren nog maar eens op het hart drukt: “Verdiep je in wat er bij mensen speelt.”
Lees ook:
Sandra Palmen wil de laatste bewindspersoon zijn voor het herstel in de toeslagenaffaire
Staatssecretaris Sandra Palmen hoopt dat de cirkel straks rond is bij schadeafhandeling van de toeslagenaffaire . ‘We moeten eindelijk wat laten zien.’